Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



ii8

mende zoetigheidskluiten. Juffrouw Zwaai en de Rog stonden vlak naast Lepper, om goed toe te zien of ie niets weggooide of liet vallen, want dan was door hen de weddenschap gewonnen. Achter de opgedirkte snijsters, en klovers stonden nu ook, in teen-gerek, nog 'n paar kleine leerling-snijsters, naast Leman Zuur, die hij al bij hun dijen 'n poos in de hoogte tilde, om beter te kunnen laten zien, maar van vermoeienis met 'n dreun néérsmakte. Andere groepjes, te-laat-komers, die toch naar alles wilden kijken, gingen op banken staan, wiebelend-ömbonsd weer door nieuwe, dolloopende en dringende nieuwsgierigen, al enger en sluitender, ópstootend tegen 't kringetje om Lepper en de Rog. In jagend geschreeuw vielen er lui tegen elkaar aan, direkt weer op de tafel klauterend over de bakken heen, middenin, tusschen lage gloeiing van verstel-vlammetjes.

Juffrouw Eva was gaan koffiedrinken. Op haar plaats zat Zeelt met 't mollige blondje Clara Rietboom naast 'm, en Sara Groes. Hij zat met gezicht׳strakke aandacht te lezen. Als Clara niet alleen was, wou ie niet met haar spreken; dat wist Sara, en uit vinnige jaloerschheid bleef ze plakken, vlak naast 't blondje.

Lepper stond midden in den nauwen kring, met den openge-scheurden zak in de hand. Hij was geschrokken bij 't zien van 't gevaarte dat ie óp moest slikken. Veel kleiner had ie zich 't hoopje voorgesteld. Maar geen zier zou ie laten zien van z'n spijt. Alles zou ie doen om te winnen 'n lekkeren, zilveren riks, met nog vijftien boles toe, voor niks!

De eerste bole ging onder luid gejoel en hoera's van man- en vrouw-stemgedwarrel kalmpjes naar binnen. Met z'n tong likte ie rondom, z'n glimlippen af, even sarrend grinnikend tegen de Rog, die bleekerig-strak, in zenuwachtige verlegenheid, 'n paar puisten van z'n rood gezicht stond te bejeuken, elke beweging van Lepper bangelijk beloerend, 'n Beetje voorovergebogen stond Lepper met z'n kwab-lijf, z'n dijen omspannen door groote-ruit-wollige broek, die nauw strakte, en waarlangs ie telkens z'n vetten duim streek. Met z'n gapersmond en dikke lippen zoog ie uit, in zwaar geslobber, 't vet-zoete uit bole drie, z'n hoofd telkens achterover bij elk begin alsof ie 'n borrel ingooide. Langzaam schoof dan z'n gorgelpunt op, achter vreemde vel-verschuivingen, uit 'n kwabbende laag vetplooien van kin en hals, neerzakkend-zachtjes weer, wanneer ie doorgeslikt had. Bij elke bole die inging, stootte hevig lawaai op. De Rog was vlak voor Lepper met z'n handen in z'n neus gaan pulken, haalde langzaam, in draden, er 't vuil uit, en lei 't vóór Lepper's oogen op z'n zakdoek.

— Lepper, wat ik je brom, 'n bole mit snot! — riep Swart-huizen.

— 'n Kleis mit wurreme,... je weet wel, van die vètte die zoo kruipe,... mit al die kleine pootjes,... mit allemaal slijm om ze,... lus-je die nie Lepper? — vroeg Pronkman, onder wegkrommend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.