Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



ii7

droppel water! — drukte de Rog uit, elk woord éven op de tong vasthoudend, — en we magge onder de hand doen wadde we wille ?

— Je mag doen en late wat je wil, — zei Lepper kalm, — maar geef de riks aan jufErou Zwaai te beware... ik zal mijne ook gewe.

Het heele stoetje van vrouwen en meisjes dat 't werk af had, zooals altijd vroeg op Vrijdagmiddag, drong, op 't uitdagend gezwets van Lepper, bij elkaar.

In 'n kring woelden ze zich om de weddenden heen. Opgedirkte meisjes in hun Zaterdagsche plunje, wild bekleurd, doorelkaar, in gloeierig, opvliegend koloriet, uitflappend hun groote franje-dassen, of lijfjes en blouses vlammend rood tot versjofeld zwartbruin, in kleur-warme schreeuwerigheid, roze-fondantachtig, week crême-bleek, hemelsblauw betint of vuurrood bestrikt, zich dood pronkend in hun sjabbes-fierheid, met groote hoeden, waarop kleurige veerslierten trilden, opgedrongen tusschen zwartpakkige kellner-chiek van klovers en snijêrs, koketteerend, elkaar de oogen uitstekend, en babbelend zonder te zien en te hooren.

De Rog, smallig mannetje, met 'n steenrood, bepuist-ruw gezicht, haalde met trekinspanning 'n pas ontvangen riks uit 'n klein, slot-loos vrouweportemonnaietje, die ie juffrouw Zwaai beverig in de handen stopte. Z'n rooie kop stond gespannen, bleekig om neus en mond; z'n oogen joegen schuw, bang dat z'n riks in andere handen verloren ging.

Jakoppie was razend snel boles gaan halen. Lepper stond met handen in de zakken tegen den muur, rammelend speelsch in schijn-van-geen-erg-hebben, met zwaar geld-geklank, dofferig, uit hang-builenden broekzak. Loerend keek ie de Rog aan, met valsch gelach onder scheef-getrek van z'n dikke lippen.

— Je staat daar, zal 'k doodvalle of je in je broek gepoept hêt, — zei ie tot de Rog, die argeloos, benauwelijk met handen op z'n buik gedrukt stond.

Toch waren ze allemaal 'n beetje op de hand van de Rog. Langzaam begonnen de heeren, op wier ruggen nu vertrouwelijk meisjes en vrouwen stonden te steunen, met hun wilde sliertbewegingen van veerhoeden boven alles uitstekend, lachend om alles, wild-gillerig-gerekt te zoeken naar woorden die Lepper misselijk moesten maken. Swarthuizen, Olieman, Mierikstein en Pronkman stonden 't dichtst bij de wedders, telkens luchtig 'n grapje zeggend, viezig, met nagemaakte braakbewegingen, voor Leppers gezicht doorelkaar heen boerend.

— è Barshsting, — zei doodkalm Lepper, al maar leunende tegen den muur.

Eindelijk waren de boles er. Gierlachend vooruit-al drongen ze zich nauwer om Lepper heen, die in 't kringetje was gaan staan, en den snoepzak, dwars door z'n groote, blauwe firmaletters heen, openscheurde, 'n Vettige stapel plakte en klontte in bruinig sap en nattige gemberpunten op elkaar, druipend, om-zich-zelf, van glim-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.