i !6
— Nou! — zei Bleekman woedend, dan heet ik 't jeliege, jullie zijne zoo geheim mit je notes ! .. . Lepper haalt wel honderd-twintig pop vandeweek ... 'n küns, allemaal grof... en Zeelt en ik, hebbe platgoed, brokkantige chips, mit naad, waar je niet door ken komme,... al wat je slaat is naad, en nog-eris naad... as ik dertig gulde haal bin 'k 'n heele piet!. .. Hoe doe je geen goed woordje voor me bij de patroon, .. . voor mijn en voor Zeelt ?
Sprauer haalde de schouders op.
— Voor Zeelt,. .. die pettig ?... die zich verbeelth dat ie de koning is ?... laat ie maar óppasse dat ie niet d'r afgebliksemt wort, van den winkel; ... bij twee is ie 'r toch al afgedondert, meneer de sociaal!.. . weet ie véél van z'n kopsgezönt wat ie wil!...
De Rog, snijêr van 't kleine tafeltje, klaagde nog erger dan Bleekman. Al de chipswerkers klaagden mee en vertelden van hun blindkijken; tot twaalf uur 's nachts, achter den bak, op pestig kleingoed; scholden op 't pestloon, woedend dat mooi werk evenveel bijna betaalde als leelijk.
— Everedig, — jammerde de Rogs stem, — mos an mooi goed veel minder gegeve worre .. . nou verdiene ze tweemaal zooveel as wij, die 't bewerkeleke hebbe.
— Leg jullie niet te zaneke! — viel Lepper middenin, — ik heb trek in 'n paar lekkere bóles.
— 'n Kuns,... je ken 'r vijftien ete,... je snoepcente! .. . spotte nijdig de Rog, 't povere snijêrtje.
— Nöh, voorwat wed je mit me as dat ik ze eet? — zei Lepper, de heele groep tartend bekijkend.
— Hoe... achter mekaar ?
— Achtermekaar-meneer!
— Hoe,... zonder te drinke ?
— Zónder-te-drinke-meneer!
— Zonder 'n spog water ?... ógg, maar je heb toch pas gegete! — zei de Rog, verstoord dat ie zich had laten beetnemen.
— Wat gaat dat jou an, as ik wat verdiene ken ? — zei Lepper kalm. — Noh wed je?... ja dan née, tartte ie, begeerig z'n vet-kussenenden handrug tegen de lippen drukkend, uitzuigend scherp 'n rood vlekje.
— Ik zou je danke,... maar toch ken je ze niet op! — hield de Rog vol.
— Noh wèd dan, gróóte jonge!... wed dan! — tartte Lepper, vinniger z'n handrug uitzuigend in vettige smakgeluidjes.
— Ik sta je porcie voor 'n pop, — zei Bleekman tot de Rog, die durfneiging had.
Ineens klonk 't uit de Rogs mond, gedrukt-heesch:
— Nöh angenome!
Juffrouw Zwaai viel druk-opgewonden in, dat ook zij twee kwartjes portie stond.
— Vijftien bóles,... vijf-cents... achter mekaar... zónder 'n