Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



5

Kokering keek viezerig Rozijn aan.

— Gehad!... gehad!... wat is geha־ad ?... zeg maar genaaid, we binne zoo fijn niet... ijzere hein! »!

— Ze laat zich toch van jan-en-alleman opzitte! — ging voort Rozijn, in zegdrift, Kokering niet hoorend, — wat 'n sekreet!.:. zal 'k daar doodstaan blijwe, as ik me niet me ooge uit me hoof schraam, overwat ze zeg soms... warrachtigeschrot, 'n man durft 't niet!

— O ja, je durft niet an 'r te komme mot je zegge.....nou nog

maar enkelt!...

— Dank je wel, an mijn lijf geen pollenijze, .. . hoe maak 'k'r daar 'n kindd ?. .. Swarthuize had 'r, Spauer had 'r, Lepper had 'r. Remeni... ik dank je wèl, ik lus dat nie meer, ik mot versch vleesch hebbe voor me cente, versche waar!

Kokering was weer woedend om 't fatsoenlijke ״gehad" van Rozijn.

— Wat me niet wéét, maak me niet héét, — bromde gelaten Remeni voor zich uit.

— Nou ik dankje wel, versche waar mot 'k hebbe! — hield Rozijn sarrend vol, — d'r binne nog genoeg nekeiwes 1) te krijge!

In vroolijk lawaai stormden 'n paar snijêrs en klovers den winkel op. Ze hadden pas geleverd, duiten ontvangen, en toen iets extra's voor hun vrijdagmiddag bij 't brood gehaald. De vroolijkste zong luid;

— En ze hét van nacht gepidewidewied, van je pidewidewied,■ op de hoèk, op de punt, op 't midde van...

— Hou je smoel! — heeschte eén met schrik-gezicht 'm tegen,.׳ — juffrouw Eva zit'r nog!

— Godverdomme, het ze me gehoord? ■— vroeg ie bleek, met de hand tegen den mond gedrukt.

Naast 'm zaten 'n paar, verdiept in 't driftig-zacht optellen van hun nota, die door 't spreekgewirwar om hen heen, niet tot 't eind konden komen met 't sommetje.

— Wat 'n pèsweek heb 'k! — zei Sprauer verdrietig, in allerfijnst puntgedraai van z'n snor.

— Hoeveel haal je dan? — vroeg Bleekman.

— Nog geen vijf-en-veertig gulde.

— O ja, neem mijn d'r tussche !... je zuster! .. . laat zien je note ... laat zien !

Bleekman was plots naar 'm toegestapt om in z'n nota te kijken; maar met arm omhoog, in heel z'n lengte, stond Sprauer overeind, werend Bleekman, die dol opsprong tegen z'n lijf, hevig nieuwsgierig om te zien hoeveel Sprauwer haalde. Maar hij kon 'r niet bij,■ Sprauer bleef staan als 'n boom. Toen merkte Oliman, de krijgsman, op, dat als Bleekman nou ״meester" was, hij met één schijnstoot 't notaatje te pakken kon krijgen.

1  Meiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.