Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



I 12

— God verdik me, hoe kèn je zoo liège! — vloekte nijdig de gymnast, — mijn ook 'n zorg, of ie 't ja ken of niet, maar eerlek is eerlek!

Driftig wreef ie over z'n bult-muskels, onder de hand loerend of iemand van de probeerders 't 'm nadeed.

— Maak je niet dik, Ben! — zeide de bewonderaar, die door den magere vuillak was gescholden, en 't eerst had gezien dat ie den stoel met z'n buik had opgeduwd. Inééns ging ie vlak voor den spierloozen bluffer staan en zong op 'n mal wijsje 'n sar-liedje in z'n gezicht:

— Jan Toereloer, je bééne, je bééne, Jan Toereloer, je béene van de vloer!

— Stik pèskop! — barstte de spierlooze nijdig uit.

— Spüg maar in me petje,... Jan Toerelezjoer! — ging voortzingend de ander,... je buikie, je buikie, Jan ...

-— Godverdomme, as je me treitert, bij godallemachtig, gooi 'k je mit de voörloopflesch naa je harsens!...

— Je doet niks! — bleef sarren de ander — Jan Toereloer, je arreme, je arreme, Jan Toereloer je arreme van de vloer!

— Krijg de pips in je onderbroek, nierich *)! — barstte uit weer de bluffer, en 'n wilden trap gaf ie den voor 'm staanden zanger. Maar deze, op alles verdacht, had z'n been gegrepen en trok den mageren slungel nu, onder dol gelach van allen, 'n eind den winkel op, die al hinkend-haastig en mal-bang voor vallen als de zanger 'm sneller meetrok, met doodsbang, vuurrood gezicht, komisch wankelend en grijpend wijd-uitarmig de lucht in, overal zich aan vastklemde, huil-vloekend:

— Laat me los, pèskop... laat me los!

Maar de ander ging door, onder dol getier, met z'n liedje:

— Jan Toerelezjoer, je beene, je beene, Jan Toereloer, je beene van de vloer!

Intusschen hadden veel kijkers geprobeerd den tiltoer na te doen. Met barstend gezwollen koppen op de helft gekomen, moesten ze allen den zwaren stoel laten vallen. Alleen de schermer en de Rog, 'n snijêrs-knecht vol zenuwkracht, hadden 't er goed afgebracht. Dat kon de gymnast met z'n bultmuskels niet hebben; dan zou ie iets nog moeilijkers doen, wat hij zélf niet altijd kon; maar nu moést 't.

— Nou zal i k de stoel bij één poot optille... heelemaal an de vloer... maar niet de achtertste, maar de voorste poot... en mit één hand optille en gestrèk voor me uitsteke!

Bukkend onder zwaarder gezwel van z'n spierbultigen dreigarm, met linkerhand heelemaal achteruitgestoken, ging de stoel, na eerst zwaar tegenstribbelend wankel-geschuifel, 'n beetje van den grond, zakte dan weer als zat ie vast aan magneet, kwam weer óp,

1) Malle.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.