"3
zakte nóg eens wankel-lobbesachtig, om eindelijk statig de hoogte in te gaan, onder inhoudend ademgepers en inspanningstaaiheid van den reus.
— Mooi!... bravo! — juichten ze om 'm.
— Doe jullie me die nou na! — zei ie, half schuin staand nog, bevend van inspanning, dreigend zwaar met den stoel boven de hoofden der bewonderaars, die allemaal 'n beetje bangelijk er naar opkeken.
In elkaar ellebogend-opduwend gedrang kwamen de nadoeners aanzetten. Zenuwachtig gelach en geschreeuw vloog op bij elke mislukking, onder geschuifel en gebeuk van den lam-zwaren stoel die niet omhoog wou. De schermer, die met geweld den gymnast bluffen wou, wèl voelend dat ie tekort schoot in kracht, maakte bliksemsnel gebruik van de verwarring na 't geschreeuw, om ongezien z'n hand 'n beetje hooger om den poot te schuiven. Maar de spier-gymnast had 't gezien, en woedend-vlug trapte ie, met de volle zwaarte van z'n meerderheid, de hand naar beneden, plat bijna op den grond.
—■ Hou op!... bi-je belazerd! — vloekte rood-driftig in z'n ver-moeinden bukstand de meester op den degen, — ik hou 'm toch heel beneje an vast!
— Dat lieg je!... Je ken mijn verneuke!... ik bin daar van gister... dan mot je vroeger opstaan.
— O ja,... trap me hand dóór de grond!... hij is goed !
— Ken me niks schéle, je mot je hand eerlek hoüe zoo as ik!... heb 'k glijk of niet, jonges?
De schermer barstte van nijd dat ie betrapt was; maar 't gaf niets, den stoel kon ie niet opkrijgen uit z'n magnetische loomheid. Met gevloek en gescheld probeerde de een na den ander; 't lukte niet één. Over eikaars onmacht belolden ze zich toen, afsnauwend vooruit allen die 't ook wilden probeeren. Maar 't gestommel, geschuif en gevloek hield aan zonder resultaat. De gymnast lachte trotsch, en stond met z'n armen fier over elkaar, beloerd door de vrouwen die ie z'n spierzwellingen had laten voelen, maar 'r niet durfden aankomen omdat ze 't zoo griezelig, bultig-hard vonden. En als 't een deed, dan tipte ze met één vinger even tegen den bult, licht-gillend van afschuw, starend met ontzag op de grof-donkere, wild behaarde armen van den gymnast. — Eindelijk drentelde 't klubje uiteen, in praatlol elkaar overstemmend.
De gesprekken verliepen weer in ongeduldiger gewacht op 't nazien, van juffrouw Eva. Bij 'n deur, vér van haar af, stond 'n troepje overMiena, de keukenmeid vanBresser te babbelen, diemethaargrooten bek iedereen afblufte. Ze wilden haar geen kwartje meer geven elke week. Een klein knechtje uit 't groepje begon breed uit te leggen, waarom hij niks voor d'r over kon hebben, en dat ie nooit in z'n leven zoo'n vuilen bek gehoord had.
— Wil ik jullie ereis wat zegge? — zei ie, bangerig omkijkend