Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



I IO

Vol licht schaterde over Eva's hoofd. Haar fijn-gebogen neus lijnde scherp boven teer klein mondje, 't dof-zwarte haar, met diép blauwigen weerschijn onder blanken lichtval, stond in grillige kapsel-kuif voorover, met doezelend-zachte kronkel-verspringing van zij-krullen, wild-gracieus beschemerend oortjesblank en nek. Nu en dan keek ze op, starend droomerig met haar brons-gouê oogen 't schaterende licht in; oogen die krimpten in pupillen-smelting, met allemaal dwarrelende fluweel-lichtjes rond de donkere appels. Haar klein, vreemd-mooi gezicht stond dan droevig omkranst door wild-gracieus kuifkapsel met z'n blauwigen weerschijn. In haar groot-oogen-gestaar lag wijde, droomerige zachtheid. Maar éven keek ze op, telkens snel zich weer bukkend over haar werk. Sierlijk-vlug schoof smal handje over 't strak-belichte papier, in scherp gespits van haar pinkje, dat zacht trillend meebewoog met handgeschuif. Om haar heen muurde ongeduldig 'n gapende kloverswacht. 'n Vieze slootlucht, met reuk als van bedorven eieren, broeide door den winkel, verwasemend uit afgekookt vitriool en sterk-water-damp. Rondom bij de wachtende knechten strijênd gebabbel over schermkonkoers en zangvereenigingen. Met drukke gebaring vertelden Olieman en Rikano van 't laatste Assaut in 't Paleis voor Volksvlijt en van Van Eemdes geweertoeren.

— Is Izak nie prewoo? — vroeg er een bangelijk, onder rarig getril van oogleden en induiking van lijf, voor al de schijnstooten die Olieman in snel beweeg op z'n borst, buik en hoofd inprikte, namakend Van Eemdes toeren.

— Natuurlijk is ie prewoo; prewoo op de dége en prewoo op de korte stok! — zei Olieman, door-goochelend, onder hand- en pols-gedraai, voetstampend, snel wentelend luchtstooten boven 't hoofd van z'n slachtoffer, bewust dat hij was de eenige krijgsman op den heelen winkel, zelf meester op sabel en korten stok. Om hem heen wemelde 't ״assoos". Bij de ongeduldigsten verliep 't luisteren in luiige overgapingen.

Pronkman en Spauer hadden 't middenin aan den stok gekregen, met den heftigen strijdlust van winkeldebaters over lucht. ״Luch" van Pronkman, ״lucht" van Sprauer.

— Luch... weet jij dan wat luch is ? — vroeg Pronkman op den man af, in dreig-houding 'n antwoord afwachtend.

— Lucht, lucht? — lachte Sprauer bedremmeld, half-geinig, halfgemeend, — lucht is gas, mit water en iets mit zuurkoolstof!

— Addenöm, wat 'n geleèrde,... jij wort nog prefeet, wat ik je brom! — riep een, die dacht dat Sprauer 't goed had.

— Je chtinkende asem zajje meene! — riep 'n ander er doorheen..

— Hij is goeth!... werachtig,... éét wat voor me! — viel Sprauer greinzend uit.

'n Paar gymnasten, knechten die pas geleverd hadden, brachten nieuwe opwinding in 't klubje. 'n Dikke kerel met 'n droog-leuk klownsgezicht, had z'n buis uitgegooid en stond, met hemdsmouwen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.