Levensgang, eerste deel

Titel
Levensgang, eerste deel

Jaar
1906

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
212



io6

huizennacht; toen snel-strompelend opklauterend de steil-smalle trap Van Pieterse, waar de straatdeur zonder slot met vermolmd houtbrok in 'n gat, eeuwig openstond, liep ie verlangend z'n slaaphokje in.

Koud-klein kilde 't scheef vertimmerde holletje achter z'n half-gescheurde betengeling. De front-deur van vermolmde latten, in groezel-vuil geverf, stond er laag-verzakt als voor betraliede kooi. Tegen den vuil betengelden ingewaterden muur rechts leunde Hein's bed, onder z'n aspergietje, uitgestrekt-smal, in smerig bemorst laken opgebold, als brankard. Even er vanaf stond, met 'n stikkend nauw doorgangetje, 'n klein, ijzer, gebroken, met touwen vastgesnoerd ledekant, waarin Willem en Jan sliepen.

Duizend maal al had ie gewezen op 't vuile dat twee kerels van dien leeftijd nog naast elkaar moesten slapen, en z'n moeder had ie duidelijk gemaakt, dat ze, met 'n kleinigheid er bij, voor dat tweemans-ledekant, twee éénmans had kunnen koopen. Maar afsnauwend had z'm gevraagd: ״En fie geef me dat kleinigheidje?" — en dat, als ze kleinigheidjes over zou hebben, ze die wel voor héél wat anders kon gebruiken.

Bij z'n inkomen lagen half-verrotte matrassen, met dufriekende zeegraspeluwen, dwars over 't voeteneind. In steenkoud geruit, lijnden de verroest ijzeren leggers over elkaar als 'n dambord van luchthokken. Alleen z ij n bed had Liesje opgemaakt, dat smal-koud verstijfd aanleunde tegen 't scheef-verzakte vensterraampje, waarvan de onderste ruitgedeelten gebroken, met planken beslagen waren. In den kleinen doorgang, over de bedranden heen, legde ie eiken avond 'n paar planken, waarop ie z'n boeken voorzichtig neerzette, met 't lampje ernaast. Heel kalmpjes haalde ie van de plank, waarop z'n aspergietje zacht verzorgd stond, 'n oranje penhouërtje met nieuw zwart stiftje en 'n klein inktfleschje met krantig papierpropje als kurk. Telkens, als ie even maar stootte, wiebelde zacht de plank mee, met zwak lichtgeschommel dan door 't krotje. Ijskoud was 't. Hij geloofde nooit dat ie 't in zoo'n kou-avond zou kunnen uit-houen. En toch, hij wou, hij wou, hij wou 't doen; hij wou werken; al maar fransch en fransch. En aan engelsch was ie ook al begonnen. Bij hem op de fabriek werkte 'n joodsche Londenaar, Davidson, 'n vriendelijk mannetje, die 'm beloofd had, dat hij met 'm zou spreken als er tijd was, en ook wel lol had in den hartstochtelijken leeslust van Hein. De kou was strak, snerpend. De zuur-duffe lucht van de yérrotte matrassen met overal uitpiekende hooisprieten en de muffige stank van de vuile, zeegras-harige bulten uit de voddige peluwen, kreeg ie telkens scherper in z'n neus, als ie, in heen-en-weer-schui-felend gestudeer er dichterbij ging. Maar toch zou ie volhouen. Met één hand diep achter den buikrand van z'n broek, in de andere z'n boekje, liep ie éng-opgejaagd, tusschen 't kleine doorgangetje, heen en weer van de plank naar de frontdeur, telkens loerend in 't stikduistere burenportaaltje, uitloopend op andere, nauw af gehokte zolder-holletjes waar twee van achteruit, afgeschut met alleen wat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.