GODSONTEERING. 229
uitzegging van ontroering, aandoening, gedachte, waarneming; waarin dus, — wat bij het onartistieke proza juist gescheiden en onvermengd voorkomt — alles van de ziel en den geest tot oplossing is gekomen. Het is het proza waarin ieder woord, ieder gevoel en iedere gedachte, rhythmische en dynamische schakeeringen krijgen, geheel naar den aard van voorstelling, verbeelding, gevoel en innerlijk leven zélve, en waarin toch geen klank van de taal melodisch verloren kan gaan. Het is werken met alle beschikbare technische middelen, maar gebruikt alleen in hun zuiverste en strengste onderlinge verhoudingen; het is het ware taal-compo-neeren, waarin geen woord gebruikt lijkt dat niet, in verband met visie en verbeelding, ontroering en plastische kracht, zijn donkerste, diepste, hoogste of jubelendste kleur, zijn klank-relief, zijn metrische plaats, zijn rhythmische meetrilling in de gansche zins-reeks ontvangt; dat niet naar aard van tragiek en comediek, naar aard van verschijnen en omgeving, gevormd wordt door beeldende en scheppende machten, geheimvol maar intuitief werkend in den kunstenaar, die gedachte, ontroering, lijn- en kleurgevoel in één vormengroei brengt, als een eenheid van dingen, door de onbewuste en hoogste muzikaliteit in hem geharmoniseerd.
Dat is instrumenteeren van de taal: de altijd organisch zich gelijk blijvende en onvervormbare woorden, in klinkers en medeklinkers door bijzondere plaatsing en harmoniseerende rangschikking tot hun hoogste en schoonste klank-uitdrukking opvoeren, zonder innerlijke menschelijkheid, ontroering, gedachte, hartstocht en voorstelling er aan te offeren.
Een paar kleine voorbeelden der muzikale suggestie van zekere woorden, waaruit in het algemeen, voor instrumentatie der taal, zeer veel afgeleid kan worden. Bij het woord "zee" zal ieder muzikaal klank-gevoelige de eindelooze breedheid van de twee éé-klinkers on