214 EEN BOEK VAN HENRI DEKKING.
men. Of als hij jaloersch was en klaagde, dat zij hem niet liefhad, dan greep zij zijn handen en trachtte in een streelende omvatting hem te doen begrijpen, hoe dwaas zijn klagen was."
Dit brokje, ondanks al zijn genoeglijke conventiona-liteitjes en taai-mislukkingen is toch heelemaal Dekking, om de gave innigheid van mee-voelen.
Den sympathieken auteur wensch ik concentratie en kracht toe om een nieuw werk te scheppen, met veelvoudige verdieping van al zijn mooie eigenschappen, maar vooral kracht om een roman te schrijven van breed leven, ook al beperkt hij zich daarin tot de karakteristiek van twee menschen. Want het thema dat hij zich nu ter bewerking gaf׳, hefde-leven en groote-stadsleven, tot één geheel verweven, eischt enorme episch-psychologische gaven. De heer Dekking heeft tot nu toe alleen een fijn en innig talent voor het individueel-afgebakende, gelijk het bestaans-innerlijk van een vrouw als Emmy.