EEN BOEK VAN HENRI DEKKING. 2C>7
jubel; zijn liefde is echt, diep, van binnen uit. O! die smartelijke en vereenzamende liefde van Emmy, de beeldhouwster in dit boek, hoe mooi, hoe menschelijk-diep en menschelijk-hartelijk heeft de schrijver ze in kunstenaars-ontroering terug- en doorgeleefd. — Er zijn schrijvers met zotte schijn-diepzinnigheid in hun geest, ten slotte niéts dan de schijn-diepte van spiegels die in elkaar weerkaatsen. Niet zoo bij Dekking. Hij is diep, door eigen sentiment, niet door ingewikkelde redenaties óver de ontroering heen. Zijn psychologische intuïtie is een fijne tuinierster; ze weet wat ze stekt en doet bloeien in deze ziel. —
Het boek geeft de geschiedenis van een beeldhouwster, verliefd op een jongen, knappen, energieken handelsman. Ook hij heeft Emmy, de artiste, hef, zelfs heel bizonder, maar zijn zaken niet minder. Zoon van een streng, ouderwetsch koopman, stijgt hij, door persoonlijke energie en begaving, al heel jong boven het kleinhoudend gezag van den vader uit, schept zich door zijn durf, welsprekendheid en doorzicht een prachtige toekomst. Maar daarom juist mag hij met zijn hefde voor en zijn verhouding tot de bizondere beeldhouwster, ook niet openlijk voor den dag komen. — Hij moet werken, carrière maken, grooten naam en dito invloed krijgen. — De tragedische kern: Emmy, die hem aanbidt, ziet hem nu steeds meer uit zijn Hefde voor haar wijken, naarmate hij hooger stijgt in zijn maatschappeHjken koopmans-rang. Hij wil het heersch-zuchtige van zijn koopmans-temperament ook in hun omgangs-leven doorvoeren, maar dat duldt zij niet, stuit fel af op haar kunstenaars-eigenwaarde. — Er ontstaat een breuk; toch wordt alles weer bijgelegd. Maar nu eischen nieuwe groote zaken zijn heele per-soonHjkheid. Hij verwaarloost Emmy voor zijn handels-toekomst. Dat wil ze niet dulden en met smart in het hart schrijft ze hem af. Wat later, verlooft Henri zich met een rijke dochter van een handelsman. Emmy
n
i*