195 LITERAIRE WANDELINGEN.
onderscheiden, dat onder die wilde wangen en sufferige verwaaide gezichten de rijke vlam van warm leven brandt".
Dan plaatst Erens dezen modernen, geraffineerden geest tegenover de Jordaansche oer-naturen. Een zeer knap opstel met voortreffelijke karakteristiek van Israëls en Breitner, in verband met de heerlijkheid van Amsterdam en zijn groote buurten. — Ook dit opstel is ver van woordsoberte, gedachten-spaarzaamheid; toch is het schoon, door de innerlijke, psychische kracht.
Ook de Fransche literatuur na '80 heeft Erens zeer goed gevolgd. Hij dringt door in Baudelaire, in Mal-larmé, in Verlaine, in Gust. Kann, Griffin. En van al deze dichters poogt hij het persoonlijk-schoone en diepe te vatten. Hij laat zich door geen afgrijselijke decadentie of voluptueuzen waanzin afschrikken. Zeer uiteenloopende hartstochten-temperamenten en ziels-raffinementen weet hij te ontleden. Hij is een fijnproever, een cerebrale fijnproever althans, die zonder te hevige emotie, toch in groote schoonheids-ontroeringen leeft. Zelfs Zola weet hij te waardeeren. Zola door Mallarmé veracht, door Brunetière vernietigd, door Anatole France gewurgd. Erens zegt wel: De stijl van Zola is met breeder verloop dan van Huys-mans, maar ook ruw en voor fijnproevers "stijlloos". Een "stijl" dus alweer die "stijlloos" is .Maar toch voelt hij bewondering voor Zola, des te opmerkelijker nu deze van iemand uit katholieken huize komt. Onlangs hebben we nog pas kunnen lezen van het piekfijn literair heertje Barrès, hoezeer hij hoonend van Zola sprak als van iemand, wel met zekere beroeps-deugden, maar beheerscht bovenal door een ongeneeslijke vulgariteit en iemand die met alle geweld een boekwinkelsucces in literairen roem wou omzetten. Het schijnt voor Zola nooit rustig-in-oordeel en waardeering te kunnen worden.