188 LITERAIRE WANDELINGEN.
van '80, op zijn voorhoofd gebrande. Leest verder: (alle cursief van mij).
״Mogen de waaiende winden der toekomst ze al verspreiden en vervluchtigen, mijn hoop en wensch is dat er enkele zaadkorrels uit mogen vallen, die zullen doen vermeerderen de gouden velden van proza en vers."
Niet zuinig ijdel! Die "enkele zaadkorrels" moeten zoo maar, hupla! "vermeerderen", de gouden velden "van proza en vers". Voorwaar geen gemakkelijke taak voor die "waaiende toekomst-winden". En dan
luister:____de "formules-waarheden" moeten zij "al"
verspreiden en "vervluchtigen". Komiek!
En dus wenscht de heer Erens dat er "enkele" zaadkorrels uitvallen! Waaruit, genadige heer? Uit de waaiende winden ? Uit de toekomst-winden, of uit de formules, of uit de blijvende waarheden? Het is een zoodje. Blijvende waarheden die moeten "vervluchtigen" en waaruit zaadkorrels moeten vallen om heele vélden te vermeerderen, goud-velden! Komt op, literaire goudzoekers, en speurt naar de erts-ader dezer beeldspraak en logiek! Bedoeld is, dat de enkele uitgevallen zaadkorrels de gouden velden van proza en vers rijker zullen doen bloeien, en dus de vruchtbaarheid vermeerderen, maar er staat dat de velden zullen vermeerderen.
In het algemeen is er ergerlijke slordigheid en jammerlijke beeldspraak in dit proza van Erens. Luistert eens naar de volgende rhetorische dufheden:
״De wateren van den stroom Baudelaire zijn in de geographie der letterkunde tot nog toe weinig bezocht, en alleen eene kleine keurbende van dichterlijke toeristen waren in staat, hunne capricieuse kronkelingen te volgen en van dezen tocht, een blijvende en vruchtbare herinnering mee te brengen, 't Is daarom dat we den lezer uitnoo-digen plaats te nemen in een roeibootje om die