XII
FRANS ERENS. - LITERAIRE WANDELINGEN.
De heer Frans Erens is gunstig bekend door zijn schetsmatigen novellistischen arbeid. Als criticus heeft hij echter voor het groote publiek geen naam.
Nu komt hij dat publiek plotseling met een dikken bundel grootendeels critische opstellen verrassen. Een voorwoordje leidt de artikelen in. Dit voorwoordje , helaas, is een zeer ongelukkig stijlproefje. Als men dit hobbelig en knobbelig geschrijf en dat zinnengemors tot maatstaf moest nemen voor Erens' stijl-sentiment, dan kwam zijn kunstenaarsschap er al buitengewoon slecht af. Ik zal u wat bewijzen in handen geven.
Eerst zegt hij dat hij, naar het hem voorkomt.... of neen, laat ik liever den geheelen zin aanhalen zooals deze er staat: ״De reden, waarom ik deze stukken en stukjes uit den oogst van het verleden heb verzameld tot een schoof of bundel, was, dat zij mij voorkwamen te bevatten hier en daar blijvende waarheden, gegoten in den vorm van tamelijk zuivere formules."
Ge zoudt zoo zeggen: Is hier er een tut den literairen pruikentijd aan het woord? Want zoo duf van beeldspraak zal toch geen letterkundig sans-culot uit de beeldstormige Nieuwe Gufe-periode het wagen te
schrijven?____Die____"verleden-oogst",.... die....
"schoofverzameling", dat klank-edele:.... "was, dat
zij mij"____ de blijvende waarheden-gietsels in vormen
van formules____
En toch, ge vergist u geducht! Het is éen, met het angstige revolutionaire taaistigma van de generatie