EANDLOOPERIJ.
186
zou door Brusse den niet-journalist nog héél anders uitgewerkt zijn. De toon van dit proza is te gemeenzaam, te onpersoonlijk, te vlak van intonatie. Er leeft geen beeldend geluid in. Hij kan het zooveel mooier, dieper, eigener van toon. Dit lijkt ziels-stenografie. Dat dubbel-wezen in Brusse, journalist en zeer diep-voe-lend kunstenaar, met zwaren drang naar klank-kleur en plastiek, is tragisch van innerlijke strijd-botsingen. Hoe hoop ik voor hem, dat hij zich ééns heelemaal geven kan alléén als kunstenaar. Maar nu reeds mogen we spreken van zijn groot talent, zijn breede en innige menschelijkheid, zijn psychologiseerende typeerkunst, zijn fijne levensindringing, zijn geestigheid en zijn schitterende observatiegave. In ieder geval een wél bizonder werker.