LANDIXJOPERIJ. !83
schaduwde atmospheer, maakt hij zich met een typische gedrongenheid van het dramatiseerende schoonheids-deel af. Toon, de strooper-zwerver b.v. in dit boek, is niet gedramatiseerd als een objectieve schepping. Hij is getypeerd, en niet psychologisch gecreëerd als karakter. Ook Brusse zélf staat te veel met zijn eigen ikheid tusschen de objectief-beeldende tekst-deelen. Dat zelfde gevoel en al die humanitair-smartelijke gewaarwordingen en beschouwingen over de ontzettende misère van het schooieren en landloopen van Brusse's ziel uit ons gegeven, zouden, omgewerkt in een objectief-gebeelde figuur, véél dramatischer werken op ónze verbeelding, ons sentiment. Er is hier geen sprake van een rustig-gecomponeerd verhaal, waarin karakterteekening doorgevoerd werd tot den fijnsten graad. Het is ruw geschetst, fragmentarisch gezien en dadelijk opgeschreven. Men voelt daardoor plots beknelling in de visie, geen ruimte-rust en bezonken aandoening. Het doorleefde gevoel als zwerver lijkt dadelijk weer verbruikt als schrijver. Een zwerver ondergaat het leven en heeft niets anders dan de onbewustheid van zijn instincten, waarmee hij alles rondom zich aanschouwt. Brusse wilde zwerver zijn, strooper, schooier, maar moest bijna tegelijkertijd waarnemen als auteur, journalist; kunstenaar wezen. Dat dubbele waarnemings- en gevoelsleven brengt een onnatuurlijke spanning soms in den stijl, de uiting, de groepeering en de psychologische typeering. Hoeveel dieper, schooner, dramatisch-aangrijpender zou alles niet door Brusse gegeven zijn, indien hij eerst alles gewoon had kunnen meeleven als zwerver, schooier, strooper en landlooper, zonder eenigen dwang tot moéten-schrijven, in breede bezinlring van iedere aandoening, iedere emotie en iedere psychologische observatie.
Nu schreef hij, gediirende den tocht, moest daardoor een kostbaar deel van zijn ziel en geest, vaardig