178 HET ROSSE LEVEN EN STERVEN VAN DE ZEE ENZ.
Brusse is in den ongetemperden zin des woords een edel werker, een prachtig kunstenaars-temperament en iemand van diepe, ernstige menschelijkheid. Nooit vervalscht hij zijn stijl met berekende effecten en tendens of voos vernuftspel.
Hij raakt, zonder dwaalgedoe en vertoon, dadelijk het hart. Brusse, de "verdienstelijke journalist" naar ik hem genoemd vond in een der modernste handboekjes voor letterkunde, is in werkelijkheid een onzer beste schrijvers. Er zijn stukken proza in zijn werk, zoo voortreffelijk van klank, sonoriteit, van beeldende kracht en hoogstijgende visie, dat er dunkt mij, de sterksten en zuiversten onder ons gretig hun naam onder zouden willen plaatsen.
II.
Het relaas van sombere zwerftochten en ervaringen. Zwerftochten van een dagbladschrijver onder stroopers en schooiers. Het eerste verhaal: een tocht met de nachtboot uit Rotterdam naar Amsterdam. Het tweede verhaal: relaas van stroopersbedrijf, scharrelen op zee, het schieten van vogels en zee-wild. Dan een stroop-nacht met den lichtbak. Dan een schets van het strandjutten en tot slot de grootste schets: land-looperij.
Werkelijk een boek om literair van te smullen. Maar ook een boek van een breede, heerlijke, echte menschelijkheid. — Van dat boek moest men allerlei stijl-staaljes kunnen laten zien, voor men overgaat tot beoordeeling, en dan een studie over de onderwerpen zelve geven.
Brusse is op avontuur geweest met Toon, vroeger zeeman, nu, afgetakeld, alles: zwerver, strooper, schooier, landlooper. — Een staal van de wijze, waarop Brusse hem laat spreken. Toon verhaalt. Hij is erg kippig: