ZANDSTRAAT EN HET NACHTLICHT VAN DE ZEE. I7I
kracht en het onmiddellijk geven van groote aspecten met zijn voortreffelijke uitdrukkingsmiddelen. De soms diepe kleurpracht van zijn atmospherisch beschrijven geeft me de zekerheid dat hij het grootere werk mag vastgrijpen. Ach, praat mij niet van den "verdienstelijken" Brusse. Hij lacht de meeste "ver-fijners", begrips-idealisten en neo-romantische pro-zateurs vierkant in het ontstelde mom. Brusse is een groot literair talent. Iemand die iets kan schrijven als Het rosse leven en sterven van de Zandstraat en Het nachtlicht van de Zee, waar het leven zoo hel in tintelt en zoo droef en ingehouden in zingt; iemand die zoo rijk menschelijk gevoel door zijn arbeid van allen kant laat heenstroomen, kan verrukkelijk-luchtig de cerebrale uitdenksels en ziekelijke slapheden van verfijnelingen missen.
Nu is hij een man van prachtig innerlijk leven, die zich helaas te veel moet moeien met journalistiek.
In Het Rosse leven is vooral de zeer zuivere aanvoeling van het verschrikkelijke bestaan der gezon-kenen, vrouwen, meisjes, ,mannen, jongens, van een doordringende innigheid. Dat bijna ondefinieerbaar-innige in Brusse, het treedt u tut iederen regel tegen. Het ontbrandt plots in den teêren toon van zijn medelijden; het fluistert soms even schuchter in een paar droeve, gedempte woorden. Ze vonkt en flikkert in zijn zachte ironie, ze is er overal, die diepe, lieve, menschelijke innigheid. En hij geeft ze u zoo zonder zelfbewuste mooidoenerij, al moet hij er besef van hebben dat hij vaak ook prachtig schrijft en beeldt. Met alle zintuigen tegelijk voelt ge het leven dan bij hem. Een land en een krant met zulk een "reporter", die in den dagelijkschen dreun der broodtaak nog zoo veel uitmuntends geeft, zooveel dat leeft en dat fijnzinnig de woordproevers een heerlijke bekoring kan zijn, mag zéér trotsch wezen op zulk een bezit.
11
ia