162 DB ONGEWETEN DINGEN.
voor het aanvaarden der betrekking, toen greep ze toe en trad zij met opgewektheid en energie, het huis van mijnheer De Vole binnen. De vijf menschen in deze novelle worden alle zeer levend vóór ons geplaatst. De oud-Indischman De Vole, met zijn kortgeschoren, bruin-mager gezicht, blijkt een vriendelijk-voorkomend en ook tegenover haar, innemend heer. Maar vooral was hij zacht en beminnelijk tegen zijn negenjarig dochtertje, dat geduldshulp behoefde in haar achterlijke onredzaamheid.
De botsing die ontstaat tusschen Liet je, het ziekelijke en Jopie, het gezond-normale kind, is voortreffelijk beschreven. Naar twee kanten voelt men den weemoed van de schrijfster om het geval zelf zich bewegen. En juist in kleine zinnetjes brengt zij zulke
heerlijke fijnheden van stijl aan.....,Jopie, met stug-
wegstappend ruggetje".... „Jopie, als een kleine ko-bolt in haar rood jurkje en zwierende zwarte krullen." Ook de botsing tusschen Emma De Vole en Greet, — ten deele als gevolg van mevr. De Vole's eigen vreemde, nerveuze bedwongenheid, waar achter haar gedachten stormen, geheime woede die ze doorleeft om al de smartelijke vernederingen, Liet je in haar achterlijkheid aangedaan, — ook deze botsing is met een fijne ontroering voorbereid en weergegeven. Het bestaan van Ëmma's kind, in zijn onbeholpenheid, was haar zelve een wond in de ziel.
Hoe voortreffelijk en diep-dramatisch laat Ina Bou-dier den haat en de verbittering uitbranden van de moeder, in eenzaamheid opgekropt met haar vreeselijk leed en ziekelijke gevoeligheid, tegenover de gezonde en vroolijke leventjes van andere normale kinderen en menschen, die haar Liet je geschuwd en uitgelachen, of hoogstens geduld hadden. In de ontleding der twee vrouwenzielen, Emma en Greet, openbaart zich juist zoo kenmerkend schrijfster's zeldzame eigenschap waarvan ik reeds repte. Er leeft een zekere subjectieve