X.
IN־A BOUDIER—BAKKER. - DE ONGEWETEN DINGEN.
Hoe kan men eigenlijk, met brandende vervloekingen op de lippen tegen dezen heilloozen en waanzinnigen tijd, er zich toe zetten, in eene zekere rustige ontvankelijkheid, literatuur van anderen te verwerken? Wat heeft nu, vraagt men zich na het lezen af, belle-trie als ״De ongeweten dingen", met de bloedbevelen en het diep-schokkend waereldgebeuren van heden uit te staan? Gij hebt gelijk, edele helden in huis-met -bel-étage, en wij brengen u onze meest revolutionnaire groetenis. En toch is er eene hoogere wijsheid die leert: mijdt gram en smak alle zware zorgen van u af. Wij erkennen :de levens-hartstochtelijkheid van zulk een boek als ״De ongeweten dingen", lijkt eene beperkte en eenzijdige. ״Desniettegenstaande" zou men zéér onbillijk doen, ook in deze schrikkelijk-tragische en walmende uren van moord, bloed en doodslag, niet een objectieve aandacht te bewaren, een genegenheid en een liefde zelfs, voor de scheppende dingen van de gewiekte geesten, die buiten het waereld-rumoer om arbeiden. Ay, ״gewiekte" geesten! Het oud-maakt-nieuw eener opgelapte lyriek----En toch, wij troosten ons — en niet slechts wij, ten slotte óók, blijkens hun nuchter verrichte werkzaamheden, de hevigst-bewogenen en vaderland-lievendsten — met de koelbloedige gedachte: dat hetgeen gebeuren moét, gebeurt, ondanks ons luidruchtig schreeuwen en krijten en ons uitschuimend woede-sentiment, dat het niét gebeuren moést. O, de heerlijke utopieën van den lachenden