152 VERZAMELDE GEDICHTEN■.
Wij voelden zonder windsel van beeld en woord en waan 't mysterie als beginsel van heel ons aardsch bestaan׳ rondom en in ons zeiven te dieper, naar wij delven al dieper de gewelven van onzen wetensgang.
Mysterievol blijft bloeien
ons leven als voorheen:
't geweetne gaat vermoeien,
laat leeg ons en alleen,
maar in deez' weerld van wonder
gaat onze ziel niet onder,
zij ziet zich zelf er, zonder
te wéten wat zij ziet.
Een woud in licht aan 't wieglen is vol van haar beweeg, zij mag zich zelf er spieglen, ook zij niet zwart en leeg noch weemlend van phantomen, maar als een woud van droomen, doorbruist in helste stroomen door storm en gloed van God.
Ook dit slotfragment werd karakteristiek voor de soort van geestelijke poëzie dieheteigendomisvanVanAmei-de. Ik geloof dat ieder zeer klaar kan onderscheiden de beschouwende werking van zijn intellect op zijn dichtend vermogen. Het is inderdaad een mentaliteit die geheel verschilt van den Boutenschen vergeestelijkings-drang der levens-verschijnselen. Ze is zoo koel-rustig, en toch doorfluisterd van een geheim, dat hij telkens in den klank der woorden zoekt te ontraadselen. Ik kan mij voorstellen, dat vele nauwlettende en analytische speurders, inhoud, woord en beeld veel te strak en te verstandelijk door het bewustzijn gerangschikt en gegroepeerd vinden. Ik kan me zelfs voorstellen dat op dien grond, men Van Ameide een wezenlijke dichterlijke bezieling, ontzegt. En toch zou dit verkeerd wezen.