lnja.
neersabelende redenaties en verstandelijke vernufts-opdieperijen, toch voor mij lévend is gebleven, en dat mevrouw De Jong van Beek en Donk, overal bijna waar zij het meisje geeft als lijdend, levend mensch, vooral in verband met haar moederlijke ontroeringen, prachtige dingen geschreven heeft.
Ook karakteriseert zij dikwijls heel fijn en heel innig. Wat ze op pag. 89 zegt van Vincents' spelen is zeer zuiver en van een groote bekoring. — Daartegenover staat het afschuwelijke apotheose-slot. Liha zal haar kindje wat voorlezen, wat vertellen liever. Ze deed maar zoo uit de krant voor het kleine baasje. Plots, terwijl ze beginnen wil: ״Quand Alex est allé se pro-
mener avec sa maman____" „valt" haar oog op....
op.... op____ nou ja____ de huwelijksadvertentie
van Vincent Reannet met mamzelle Susanne de Pa-
ludes, fille du baron et de la baronne____enz. Hoe
snood, hoe wreed, hoe snijdend-toevallig, het Toeval zich toch wendt. In de uitstalkast bij Bastet in de Kalverstraat, stond eens een mes onder een stolp tentoongesteld, met wel tweehonderd kleine mesjes en gereedschapjes er in bijeengehouden. Toch wel een scherp mes, niet? Haalt niet bij het scherpe roman-schrijf stersvemuft van mevrouw De Jong, om zoo een slot-scène te bedenken! Dat is een apotheose onder kristallen stolp,____een mes met wel duizend mesjes!
Zoo werd de heele compositie van het boek, een toe vals-arehitectuur, ondanks alle listiglijk overlegde verstandelijkheid. Het is zeer te hopen voor het innige en forsche en ook teedere talent van deze vrouw, dat ze ééns boven haar meening-zeggerij uitstijgt, naar den zuiveren roman, die alléén het leven en niet wat opge-schuimde beschouwingen daarover, wil uitbeelden. Want ik heb voor mij de zekerheid, ook uit dit boek, dat zij veel kan, ook dramatisch scheppings-vermogen heeft en dat er in haar ziel veel schoonheid leeft.
148