VIII.
CÉCILE DE JONG VAN BEEK EN DONK. -LILIA.
Als alles goed gaat,.... ״wird die Zeit kommen, wo man, um sich sittlich-vernünftig zu fördern, lieber die Memorabilien des Socrates' in die Hand nimmt als die Bibel,und wo Montaigne und Horaz als Vorläufer und Wegweiser zum Verständniss des einfachsten und unvergänglichsten Mittler-Weisen, des Socrates, benutzt werden". — Ziehier een ironische, toch diep-ernstig gemeende paradox-duikeling van Nietzsche in zijn Menschliches ; de philosophische nar, die zijn puntmuts in één krinkel-salto, van zijn wit-ge-poeierden kop op zijn zacht-bevilte hielen laat springen.
____Als het goed gaat, wird die Zeit kommen,____
dat het wezen der vrouw niet meer, met hunkerend verlangen opgediept en begrepen zal worden uit den objectiveerend-psychologischen en dramatischen roman, maar allereerst uit het tendens-verhaal, het verhaal dat niet de fijnste kennis der vrouwenziel wil, doch méér nog de meening óver de vrouw, haar economische en geestelijke, haar physiologische méér- of minderwaardigheid. Wordt de tendens-roman geschreven met zooveel zwaar en hijgend temperament en zooveel innig-artistiek gevoel, als uit Lilia van mevrouw De Jong v. B. e. D. blijkt, dan is het lot der zuiver-psychologische romans over vrouw-innerlijk niet te overzien!
Lilia is de geschiedenis van een meisjesliefde. Lilia, weeskind, door conventioneele, brave, Hollandsch-