366
fijn-gelijnde landschapjes, met wolkspel en lichteffekten.
Hij heeft soms 't zelfde leven in de lijn als Rembrandt in die heerlijke krabbels en fijne etsen. Je weet Florence, hoe wij eens 'n heelen dag achtereen die Rembrandtsche landschapjes bekeken, in ons opgenomen hebben ? Herinner je je nog dat landschapje met de drie boompjes, immens en vol van licht-gewonder ?
Nu, zoo fijn-atmosferisch, zoo rag en ruimte-vol vind ik nu ook Steinlens werken dikwijls. Natuurlijk van 'n ander levensplan uit, in 'n gansch anderen tijd. 't Schildergenie van Rembrandt överdraaft natuurlijk alles! Rembrandt is epikus, lyrikus, realist, fantasmagorist, is alles !
Maar in de teèkeningen heeft Steinlen vaak zijn meesterschap, en dat zegt wat, staat hij soms ons nóg nader in den vorm van z'n menschelijke teederheid. —
Wat mij in Steinlen 't diepst treft is z'n levensdevotie, de groote ernst in zijn ontroeringen.
Steinlen is devoot als 'n primitief, natuurlijk door heel andere toestanden en objekten beroerd.
Dat moét toch ook, niet lieve ? Want je kunt met 'n gewijde ziel een boom schilderen, een bedelaar, een boef, en met heel profaan sentiment 'n Christusbeeld.
De Gothiekers en primitieven waren niet devoot, wijl ze devote beeldjes sneden, Madona's schilderden, maar wijl ze devoot voelden en ontroerden bij 't gedenken van hun sentimenten daarover, en bij hun uitbeelding.
Alle hooge kunst is gewijd, door de echtheid der ziel.
'n Requiem is niet heiliger dan 'n symfonie. En misschien zijn wel de gewijdsie sentimenten van Beethoven in z'n menschelijke, vol van strijd en hevigheid doorstormde Negende uitgestort, sterker wellicht dan in zijn Missa Solemnis.
De onderscheiding tusschen gewijde en profane of wereldsche kunst is zot, en in alle graden van embiciliteit treedt in die onderscheiding begripsleegheid voor den dag.
Er is tusschen 'n bedelaarstype van Steinlen, gebeeld met zijn diepste en innigste ontroeringen, en 'n kruis-afneming van