244
moedertje, wijl ze mij uren lang, met haar lieve innige stem rust, en 't heele kalme gezinnetje, in z'n avondstille aandacht, zoo dikwijls geluk gegeven heeft.
II.
Maar wat ik de slaaplooze nachten onderging moet ik je ook zeggen liefste.
Vooral de jeugdherinneringen van mijn Jood-zijn.
Florence ! Je weet dat ik er nooit over sprak omdat ik me geheel kosmopolitisch voel. Wel in-Hollandsch meegegroeid met zilte atmosfeer en zilveren dampluchten, maar als mensch toch voelend voor alle aardschepsels gelijkelijk.
In mijn gansch leven heb ik onder de niet-Joden, katholieken en protestanten de innigste vrienden gehad en nooit kwam in mij op de idee: Je bent Jood geboren, van een ander ras. Ik voelde mij in hun leven even innig-gemeenzaam als in mijn eigen leven. Denk nu niet lieve, dat ik mij wou ontworstelen aan mijn raseigenschappen, maar ik voelde al jong de stuitende bekrompenheid van leege traditie en verdord ceremonieel. Ik voelde voor ieder mensch even veel.
Ik voelde alléén mensclielijke eenheid en zielegelijkheid.
Maar in mijn ziekte heb ik veel getobd over de dingen, juist na den smaad die zus voor mij ondergaan had.
Lieve vrouw! Midden in mijn hevig verlangen naar jou bijzijn, moet ik je brengen naar een periode van m'n leven waarvan je heel weinig weet, en waarvan je de aandoeningen misschien ook vreemd zullen zijn.
Zie Florence, jelui leert den bijbel, het Oude Testament met veel historisch speuren en archeologische kennis. Jelui leest den bijbel, 't Oude Testament, niet met 'n ziel-van-één-voelen - met den tijd.
Maar 'n Jood, vooral een met eigen sterk-innerlijk droomleven en machtige intuitie leest de boeken Mozes met z'n heele wezen en diepst-innerlijk.