422
een gebakken vischje in zijn handen aflikkend bij de vinnen.
— Die 't traufe uytgefonde hep sèl nog 't mik-mèk kraège!.... schoot een vrouw uit, met een groote-woorden-verhappenden mond,.... dèt laupt weir aufer de keirels!
— Nétte liefde____
— Feur vèaf stuyfers!
Allerlei duistere toespelingen op het buren-gekijf werden met nijd en drift-klanken er uitgegooid, terwijl twee wijven, in den hurrie-stoet gezellig opgedrukt, elkaar knussigheidjes van het huishouden vertelden ....
— Nie?.... jèmmer dèt Rauje Steife in se nummer is gefèlle.... nou leit de heile woater- en turfsoak
Neel, door het gekrijt opgejaagd, kwam even buiten, op het stoepje luisteren naar het krakeel, dat het donkere trap-portaaltje uit-ruziede, toen juist Stijn, met een somber gezicht, bijtend op zijn snor, aankwam in zijn tragen, Jordaanschen wieg-gang.
— Ploeg-werk hep of!.... zei hij somber ....
Neel schrok, voelde haar hart even stilstaan. —
II
Tien dagen na het sombere woord van Stijn, was de ellende over Neel gekomen. In rauwe, wondende hardheid had de mededeeling van Burk's werkloosheid haar neergeslagen.
— Mot dèt juyst nou,____ nou?.,.. kermde ze
inwendig.
Ze had plotseling verschrikkelijke snijdende krampen gekregen. Een vroegtijdiger bevalling dacht ze, waarbij ze het loodje zou leggen. Heel haar dik-ge-drongen lijf verwrong onder de folterende krampvlagen,