408
— Die onlust in me weise,____ die onlust.....
kreunde ze zachtjes en afwezig in zichzelf mompelend.
— Goat u effe noa tènte Dien.... of no4 tènte Nel....
Neel schaamde zich voor haar behuilde oogen, liet zich toch bepraten en stapte traag, met een ontzettend zwaarte-gevoel in de beenen, de Willemstraat door, naar Nel Scheendert. —