405
noè je harses!.(., schreeuwde Neel,.... 't werk-huys ....
—׳ Swaag!.... viel hij plots uit met wild-verschrikt gezicht,.... hei je lést auk op gesinspeild.... ik krepeir lieferst onder Gos noakende heimei!....
En plots weer met een luimig lachje versleepte hij zijn woordjes....
— Uch,____swerfers wurde tug oud----as ik mor-
rege mit tèmberaan en.... belle .... goa werreke ....
in 't Haalsleiger____ sèk ikke fèself wel op 't
sonde-bènkie.... me auge troane____ en tug sie ik
nog____ èlles____ enne____ ik bin lustig Jèntje____
'n ouwe Robbeson____ik wècht niet op 'n dokter,....
ik bin baufe de dokter uyt.... en as de daud komp.... goa ik m' aage gauw pappe!____
Hij kauwde zijn pruimpje als een sappig gerecht, en hij lachte zachtjes onder zijn woorden, nu Lien heim een dampende kom koffie kwam brengen. —
's Avonds was Neel heel zenuwachtig. Ze huilde om allerlei kleinigheidjes, wat ze bijna nooit deed.
Aan tafel was het erg roezemoezig geweest. Daantje en Siempie hadden vergeten te danken. Over-vroom was Neel niet. Maar wel diep-kinderlijk geloovig. Je kon alles aantasten, alles vergeten.... Onze lieve Heer mocht je nooit uit de gedachte zijn. Nee, bidden moesten ze,.... tenminste zoolang zij toezicht had.
Den heelen avond bleef Neel kribbig-nerveus in het winkeltje zitten. De kinderen zoende en strafte ze, achter elkaar. In hun opdringerige lastigheid werden ze heftig uitgescholden en weer wroegend bekoesterd.
— M6 Siennie mellie?____vroeg Stijn, terwijl ze met
afschuw afweerde, waarop gretig Koentje de melk opslorpte.