383
nu zelf om het hardst mee. Ze verdubbelde zelfs de rollen, morrelde er een heele comedie omheen.
— Nou mot jei.... Siempie,.... schobber uytjouwe____
hitste ze naar Sien,.... en jei.... leileke neitekles! roepe .... en dèn .... sèl ikke,.... sie je .... sèl ikke je
astereire____ bei Swèrte Jèns haur.... ikke bin
peliesies.... Enne.... enne.... jei bin auk peliesies, ....haur!.... stookte ze Siempie op.
Dat speelsche genot jeukte weer jaloerscherig op Mientje, die haar handen vol had met kopjes-spoelen. Zij niet meedoen.... dan Jansie óók niet. Onverhoed kwam ze met het naar zeep stinkende bakje water voor het bed-theatertje en greep ze Daantje bij zijn moddervuil snoetje, dat hij griende en gilde als een varken. —
— En nou jei Koentje wèssche!.... snibde ze naar Jansie.
— Kok, schep op! moar nie sau woest!.... niet sau woest, liefe Lauroa!.... sprong Neel uit het keukentje bij, met een bakje dampende koffie in haar hand.
— Ikke auk heppe.... smeigelde Daantje zacht-huilend nu, dadelijk Neels toeschietelijke woorden voor zichzelf verkeerend in een verwennelijkheidje. Neel hield hem de kom voor, waaraan hij zijn mondje hartstochtelijk vastzoog. Maar Siempie drong hem op
zij, en Pietje Siempie..... Toen werd het een gulzig
geslobber uit één kom, van al de bekjes tegelijk; hield Neel haar bakje dan dit, dan een ander snoetje voor.
— Sau es die kindere uytsins binne op sloert,.... lachte ze en haar buik schudde goedig mee. —
Het schelletje bengelde druk. Al om acht uur drongen
babbelende klantjes op, voor nietigheidjes____twee cent
thee,.... een half ons suiker____een cent balletjes____
Neel wist wel, waarom het ging. Maar leuk-rustig weerde ze af, deed alsof er niets ongewoons gebeurd