384
Daantje, met Pietje, Koentje en Sientje bijéénge-knust in hun bedje, tegen den linkermuur, speelde,
in zijn smerig klein hemdje op de matrassen dansend.....
dronkemannetje. —
— Net as foadè____schaterde hij tegen Stijn's zwaar
snurken dat over den vloer gromde, in. —
— Ikke sja je è bloêneus.... dreigde hij grappig in zijn gebrekkig kindertaaltje, zijn klein armpje wild de hoogte ingestoken.
Pietje, de blonde, gierde mee van de pret, gooide zich, telkens haar klierige oortjes heftig kregel be-jeukend, achterover in haar onderbroekje, half op Sientjes gezichtje, terwijl Jansie, op het ledikantrandje gehurkt, haar vloekend de broekbandjes om de kousjes bond. Pietje was diender. —
— Nou mo je mei.... noa berau.... kaak.... det
is hèm se pèt.....schaterde haar lief lach-stemmetje,
half stikkend van genoegen, terwijl ze tegenspartelenden Daantje bij zijn beentjes trok. Die, woest, klemde zich vast aan de bedijzertjes, trapte zich los uit Pietje's kleine handjes, terwijl Jansie als een echt bestraffend en bedillend moedertje, hem vinnige oorveegjes aftikte op zijn kopje.
— Ikke ken jullie sau nie ènkleije....
— Moak gein kaufe drukkie.... moederde Mientje weer bóven Jansie uit.... loa hullie speile ....
Koentje moest Daantje redden uit de strenge handen van Pietje. En Sientje, had Daantje bedisseld met smonselende stotter-zinnetjes, moest den diender bijspringen. Al woeliger en luidruchtiger werd het bed-spelletje. Als een nest hondjes spartelden ze dooreen, met ontbloote lijfjes, elkaar slaand, omver-rukkend, begichelend en begierend, de dolle plezier-stemmetjes hoog gillend van speel-opwinding. Tot Neel, door de krakingen van het ledikantje en het gillend opgewonden