378
Daantje stotterde, tegen haar opgeleund, een verward verhaal van vechterij. Pietje op haar vuile sloopje, zong met teer klein stemmetje een nacht-gebedje. Sientje alleen staarde, vlak tegen Pietje opgedrukt.... en riep heel zacht....
— Foate .... tónke____ tónke____ toüt....
In pijn bukte Neel zich over haar heen en zoende het kindje de angstige, stille oogjes dicht. —