363
halfduister, Annetje met het zacht, bleekig gezichtje,
omdansd door een kringetje kindertjes____ haar
vroolijke Dirkje, Jaapie, Sientje en wat buurtjes. Alle grimmigheid zonk plots uit haar wég.... die malle trekpot van een Dien!.... Wat kon het haar schelen .... Had ze hier haar nest niet?
Met hartstochtelijke levendigheid sprong ze het joelende kinder-kringetje in, en zoende Annetje lang op de bleeke wangetjes. En Dirk en Jaapie pakte en verfrommelde ze; en de buurt-makkertjes die allen dol van tante Nel hielden. Dadelijk deelde ze zoete hompjes rond en bleek Annetje kreeg een kleurig-gevlamd pepermunt-stokje. Dirk had een geel bijtje van suikergoed, dat hij in en uit het lamplicht aan een tak hengelde. Al de kleutermondjes smikkelden zoetigheid. O! het was zoo een gul wereldje bij tante Nel uit de Goudsbloemstraat.
De volgende week kwam Frans Zaterdagavond uit zichzelf Neel helpen, nu het klimmen en naar hooge planken opklauteren al moeilijker ging. Maar ook Stijn sloeg overal de handen aan. Hij was niet dronken en voelde zich veilig in Neei's gezellige werksfeer. Pas geschoren,.... een versche kiel aan, en Neels helle oogen vlak om he!m heen,.... het werd rustig in zijn ״knar". Zijn goedig gezicht, een beetje onnoozel, keek gretig naar de rappe hand-bewegingen van zijn vrouw. Het blinkend-opgepoetste weegschaaltje wipte zoo leutig op en neer, en het doffe geklank van de telkens wisselende gewichten bracht hem in een beste luim. Ook Neel genoot., Van avond brandde voor het eerst haar stang-gaslicht. Dat was wat anders dan de gele schemer van de petrolie-lamp en het walmen en zweeten van zoo een vuile pit. Het heele winkeltje leek haar nu toe, te drijven in het wittige licht. O! ze voelde wel een soort zenuwachtige beklemming op de borst, als ze ging