355
— Hou keep, Staan,.... hou keep,.... zei hij dan zich zelf,.... je hep d'r niks meir.
Nuchter kon hij alles verdragen. Een kloeke bootwerker had hem op een avond onverwacht meegenomen naar een vergadering van vrije groepen, waar een bekend anarchistisch spreker het woord zou voeren over ״de arbeiders in het transport-bedrijf". Stijn hoorde dingen waar hij spaan noch krul van begreep. Hooggekleurde taal, vond hij, van een wanstaltig
pratertje____ En toch, zoo héél -mal niet. Was dat
nou socialisme? .... Ze moesten vechten, had die kerel geschreeuwd, tegen honger, kou en ״haarlie naaktheid". Naakt, naakt?....pruttelde traag zijn langzame denken?
Maar_____ hij hield zich goed. Neel was heel blij, al
keek ze eerst wat achterdochtig rond, of er iets anders achter zat. Een streek van zijn valschen vader, zijn moeder of van Thijs Burk? Tot het Zaterdagavond.... weer hommeles was. Vroeg van de fabriek hadden ze hem weer op een schuif meegesuld naar Zwarte Jansie en volgesmakt met borrels. Nu zat hij te lollen op een kist, in het winkeltje van Neel, te lam om zich te verplaatsen, terwijl zijn vrouw geen kracht kon zamelen om hem door het alkoofje de achterkamer in te slingeren. Neel's klaar-blauwe oogen vlamden van woede, als lioht. Het goudsliertige haar spriette over wangen en voorhoofd. Haar corpulent lijf, nu hoog opgezwollen, maakte afhakkende, onder&moorde drift-beweginkjes. Voor den Zaterdagavond had ze als altijd, een wit, schoon en stijf gestreken jak aangetrokken, dat te kort en los op haar buik afhing. Telkens vriendelijkte ze wat losse woordjes tot de klanten en keek ze weer stram naar Stijn, op zijn kist. In zijn dronken war-derij van gedachten en benauwenis, berispte hij al de menschen die inkwamen, maar vloekte en stotterde er zulke onverstaanbare dingen tusschen, dat niemand
33*