352
het duister werd hij weer geestdriftig toegeschreeuwd. — Eindelijk kreeg Karei er zelf genoeg van. Hij had een somber lied gezongen, zóó mooi dat hij er zelf bijna van griende. Ajakkes! die vuile muziekt Vannacht zou de jool eerst goed uitbreken. —
— Ala maade.... stuur je oasem de fraulike buurt in!....
Dien nacht woelde Karei los, vocht, dronk, verzoende hij zich en ״knokte" weer met matrozen, zwervers
en souteneurs,____ maar al de meiden waren hem
gewillig geweest. —