342
werk met Heintje, ook nu met de oude, gele, arme vrouw te dansen. —
— Die toffe Kei____bromde Karei.
Hij wist dat ze een vrouw was van ontzettend temperament, die hem, als hij niet oppaste, dood-dansen kon. Een vrouw met mannenkracht, een furie, en eern passen-drift in het lijf, door geen vermoeienis te breken. —
Wild schoot ze op Karei af, vlak vóór hem staan blijvend en met cierlijke passen terug schuifelend. Karei plaatste er in rhythmische gracie, een snel voeten-wisselend gehuppel tegenover, alsof hij op een krijtstreep stond te dansen. Kee, weg in haar doen, loerde alleen op de bewegende beenen van Karei en door haar vurige, ongetemde fantasie, behield ze de leiding. Ze noodzaakte Karei de moeilijkste begeleidings-figuren te geven; wilde, naast het vlammende van haar gevarieerd werk, zijn dans niet al te kaal en onoogelijk afsteken. Ze joeg zich door de tempo's heen; versnelde en vertraagde, bleef toch in de maat, en maakte dan plots met haar oude beenen verbluffende kruis-sprongen, waar niemand van begreep dat en hoe ze deze uitvoerde. Kee Spek genoot, genoot wild. Eerst was er gelachen, gegierd om haar gedrochtelijke koddigheid en sjofele verschijnen. Maar nu werd er brandend-strak gekeken naar de oude vrouw, die in de hitte nog zoo iets jeugdigs volbracht. Heel de buurt genoot mee met Kee Spek en zelfs Karei leek een oogenblik voor de menigte vergeten. Haar tanig-geel gezicht stond verstard in een onontplooi-baren extase-lach. Haar groote, modderige onderschoenen hoekten kluchtig-lomp onder het gefladder van haar afgesleten plunje uit. Maar niet één uit de buurt keek nu naar de oude vrouw. Wat ze bewonderden, dat gold alleen de danseres; haar vuur, kracht, vrij-