341
zelf in de maling nemende, allerlei wilde spotwoorden. —
Een zot contrast, na de lenige en slank-bevallige Heintje Punt, die in haar groen-fluweel jak, jongmeisjes-zwierig had rond getold als een groene vogel, Kee Spek, het tanig-gele gezicht verrimpeld in zorg-plooien. Op haar kroezig, vuil grijs haar, kroonde een wollen mutsje met bolletjes. Ze telde meer dan zeventig jaar. Maar Kee Spek was de stoutste dansfurie van de heele buurt geweest en gebleven. In uithoudings-ver-mogen stond ze de jongste meiden, moest ook Heintje Punt het tegen haar afleggen. Ze stak vol grollen en felle grappen, maar ze was de goedigheid in eigen persoon. Ze bespotte zich zelf altijd, om haar hevig temperament, als oude vrouw met een jong, vroolijk en ongebroken hart min of meer te verontschuldigen. Haar gulzig-cholerische leefdriftigheid zou anders door de buurt verkeerd zijn opgenomen. Nu hielden de Jordaners van Kee Spek, om haar joviale zelf-in-de-maling-nemerij en om haar prachtig dansen.
Karei had de oolijke oogen van het leelijke wijf ingekeken en goedig toegestemd. Hij wist wel wie Kee was, een moordend-sterk op-de-been-blij fster, met een nooit te temperen dans-vurigheid. Lange Jan, gewaarschuwd, knipte zijn rol en op de wilde faam dat Kee Spek met Karei danste, drong de heele Willemstraat te hoop als éen woeste, begeesterde massa. Ieder drong en stompte om te zien. Onder luid geroep had Kee een schotsje ingezet, terwijl haar armelijke zwarte en uitgerafelde rok om haar wollen kousen klepperde. Ze had een cierlijken bocht uitgemeten rond den slanken Karei, waartusschen ze op en neer dook, als een derwisch in bid-extase. Er stroomde iets milds, een soort van verteedering door de saamgepropte massa, dat Karei niet te trots geweest was, om na het