303
gedrongen door de woelende massa, zwaaiden en zwierden onder hel getier de Anjeliersdwarsstraat in.
Onder de fel-bezonde huisnokken hingen verdie-pings-gewijs, aan gekleurde linten, naar den anderen huizenkant aangespannen en vastgeknoopt, geel-oranje, blauwe en kurketrekkig-gevlamde lampions, voor den avond. Vlaggen bloedden hun kleuren in het licht. Beverfd sparrengroen omsprietelde oranje lap-vaandels, en goud-sterrig-doorspikkelde bordpapieren schilden cierden stoepen en wrak-houten trapjes. Bevlagde orgels schokkerden voorbij, terwijl de bekkens in den zongloed flikkerden als verblindende reflectors. Een bruinige stof walmde van de straat-steenen en wolkte boven de zweetende lijven der woel-massa. Uit den Looierstraats-hoek drong een ontzaglijk-luidruchtige en hossende bende aan, zingende meiden en kerels. Telkens verbrokkelden groote karren met schrikkerige paarden, vracht-auto's en rijtuigen, de saamproppende stoeten. Om de schetterende orgels joelden meisjes met witte boezelaars, die in den wiegelenden en tollenden dans, hel zonlicht wég-kaatsten dat uitschoot over de straat. Van alle hoeken uit trilde een vlindering van kleuren en licht aan, in een goud-walmigen hitte-nevel weggezogen. Een vermoeid lawaai druischte rond. Vooral de jonge fabrieksmeiden, die een ״vroegertje" hadden gemaakt, krijsch-ten mat en verpuft mee, zonder hartstocht in eigen vreugde losgebroken. Een stoet heel jonge fabrieks-werksters van Boldoot, de export-inpakstertjes, om-stormde in wild opgewonden getier een vuurwerkkraam, waar ook vloeimutsen met karmijnen neklinten en gevlamde mirlitons gekocht konden worden. Als een wolk pakten ze saam en gierden de straten vol met een honderd-wijzige toeter-muziek, snerpend en de lucht