263
politoerde!־. Daar was het een keet..... nee.... dat
moest Karei zien. Als de kleine politoerder meeging, konden ze dein hebben vandaag. Die paddestoel met zijn besproette tronie hield de lol er in voor tien. Je kon hem de kewijne niet van zijn keggie afsnoepen, al liet je hem een mattekloppertje voor zijn oogen glimmeren. En een wijf dat die kleine augurk had,.... nee, een
boom. Ze leed aan een vliegende kwaal,----zoekende
klieren en loslijvigheid.... zei de dokter____En nou
moest ze altijd konijnen-boutjes knabbelen. Een frommes, nee, daar kon Karei van smakkeren. Het zou goed uitlekken als hij meeging. Als hij hem voor vijf spie mosselen met azijn tracteerde, of zes voor een cent bij Ka aan de Eenhoornsluis en voor koefnoen zijn borst liet natmaken, dan zou het sproeten-kereltje dansen als een dolle turf. Hij was rutje van zijn kruin tot zijn hakken en daarom kon je alles met hem doen. Eergisteren, vertelde de Bul, was hij onverwacht nog in zijn luchtklappertje gestapt,.... teinee een nest vuile honden!.... Het politoerdertje droeg, als hij wat had, zijn spieën altijd in zijn gulp, anders ganniften zijn oudste jongens hem 's nachts al het poen af.j Het heele stelletje, jongens en meiden, mafte op den vloer, met hun
negenen in één hok. Een schuur menschen.....lachte
Bul. Alleen hij en zijn wijf in een bedstee. En ónder de bedstee mestten ze konijnen met lammetjes-sla. Bul gierde door en verhaalde in opwinding. Zijn zweethoofd was donker doorpurperd van drank en hitte, als door een kaarsvlam in het duister omschenen. Schichtig keek hij op naar Karei of hij hem weer in zijn sas gebabbeld had. —
— Doar... noubinikuytgebloeid! ...hijgde hij zwaar.
Karei lachte mee, wou vooral het zware hippie van het politoerdertje zien. Als het grondsop was, zou hij de Bul uitschateren voor zijn gansche leven en de heele santepetiek van het huishouden. —