264
steife mikke.... spotte Karei, in gedachten nog scharrelend tusschen de Volendammers. —
De Bul speelde sterker biljart dan Karei, moest daarom alles ״overhand" stooten. Maar de Bul was een woest,hartstochtelijk speler, die niet tegen zijn verlies kon. Stond hij achter, dan vergiste hij zich in de punten en schreef of telde telkens te veel voor zich zelf. Het was een griezelige en gewaagde verzwendeling en een zonderling valsch gedoe. Maar hij deed zijn slimmigheidjes zoo uitgeslepen af, en met zooveel luidruchtigen zwier, dat hij zijn tegenstander bijna altijd overblufte. Ook nu weer moest hij Karei misleiden. — Mooie Karei, onverschillig, mikte veel. De ballen robbelden en hobbelden dof over het vuil-bevlekte, met jenever en bier ingemorste biljartje, in het paf-heete, donkere gelagkamertje, waardoorheen een scherpe spirituslucht prikkelde. De Bul
kon het niet verkroppen.....hfj verliezen! Dan maar
tellen voor zich.... te veel, telkens weer en weer. Plots zag hij iets wilds, een drift wringen in het gezicht van Burk. —
— Jeisis.... schrok de Bul,.... sou ie 't gemerkt hebbe?
Hij kende Karei,.... als hij er werkelijk van overtuigd was dat hij valsch speelde, zou die hem de ooren van het hoofd draaien. Wacht, nou zijn gewone sluwe tactiek, om Kareis argwaan weg te lokken. Zenuwachtig en zichzelf in angstige vermoedens opjagend dat Karei alles gemerkt had, een strakke en dreigende verstilling ziend in heel Burk's doen, begon de Bul nu, verstrooierig-onoplettend te spelen en te praten met den kastelein, die pufte en zanikte over de hitte. Zoo, sluw op Karei lettend, toch in schijn dood-onverschillig, vertelde hij zich telkens in eigen nadeel, gaf minder punten op dan hij voor zich