252
Voor een kerel,.... ala,.... maar voor een meid? Werd een ziekbed op den Zeedijk. Maar Corry voelde niets voor die dompige en broeierige zeemans-kroegen op den Zeedijk, met al die smerige harde banken en houten, vieze tafeltjes; nou ze dat daar, bij den rijkdom gezien had. Alles goudlak en spiegel-schittering. En over al de meiden één licht,.... nee, ze was half bezwijmd geweest. Ze had geprobeerd Neeltje te vertellen hoe het er was en toeging. Eerst allemaal landschappen, op de muren,.... en dan een tooneel, en dan fluweel en gouden lijsten. Waar je keek zag je je driedubbel, van voor, van achteren, op zij. En dan, al de meiden, met roode linten bestrikt, of witte en zwart-fluweelen,
en gekapt..... nee, gekapt als hooge dames. En
dan zag je juweelen lichten, en bloemen overal, en
rook je allerlei zoetig reuksel,----zóó fijn, nee.... O!
er was een weelde ... .Neeltje kón het niet gelooven .... En alles wijn, dronk zoo maar wijn.... En bloote halzen, alles bloot,.... bloote borsten, en de meiden met blanketsel op de gezichten en de oogen zoo vreemd
gemaakt met allemaal zwarte streepjes____01 ze had
nog nooit zoo een geluk, zoo een koorts van genot gevoeld als op dien avond.... En die heeren, half onder de pannen, maar lollig, nee.... daar had Neel geen weet van. Het geld rolde zoo maar over het buffet,.... ze loog zich zwart als het niet waar was. O! ze hunkerde er weer naar. Dat zondige, schitterende en zorgeloos-genietende en dat feestelijke, dat was nou precies wat ze wou, gaf haar dien duizel, dien roes, met een beetje ziele-angst ertusschen voor alles-wat-met-haar-gebeuren ging in dat flonkerend leven. Want ze was mooi, veel te mooi voor den Jordaan. Ze wou Neel, na de catechisatie, stil meetronen, omdat ze dan hoeden droegen. Maar Karei had weer gewaarschuwd en Neel door bangmakerijen er van terug-