De Jordaan

Titel
De Jordaan

Jaar
1912

Druk
1912

Overig
3ed 1912

Pagina's
471



238

Hij had Mastwinkel den neus stuk geslagen en Mastwinkel hem een lies-breuk getrapt. Maar van Aafje, tnet haar lieven, zwarten kop, had hij altijd gehouden. —

Den volgenden morgen, na hun onderhoud, zagen de buren van de Gang het knappe vrouw-mensch weer voor het raam van Gijsbeek. Mastwinkel raasde en brulde dat hij ze allebei aan het mes׳ zou rijgen. Maar hij deed niets en zijn schelden krijtte zich dood op eigen onmacht. Aafje bleef nu voorgoed bij Gijsbeek. Hij leek wel stil, maar hij had een zachte inborst, terwijl Mastwinkel een vuilpoes was. O! ze rilde als ze er aan dacht wat hij van haar wou; zóó diep-schandelijk dat ze er met geen sterveling over durfde spreken. —

Na zeven maanden bracht Aafje een kind ter wereld

van____ Mastwinkel. Maar ook dat wicht wou geen

blijvertje zijn, stierf aan ingewandsziekte na een maand. En nou, op zijn beurt, moest Gijsbeek, juist vandaag, het kindje van zijn gehaten mede-bevruchter Mastwinkel begraven. Met een grauw-wit gezicht, tegen het gejoel der meiden en kerels in, schreeuwde Mastwinkel naar het raam:

— Pi-ès____ nou mèg je maèn frèchie kruyje!....

De buurt mompelde ontzet dat Tante Antje weer

voorspeld had, met haar, nu verklaarde woorden....

— 't Gestarnte is swèrt.... ik sie dauje .... dauje!..

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.