238 GP.OOTE FIGUREN
alle geologisch onderzoek. Hij wil geen ethnographisch-wetenschappelijke ontdekkingen meer doen, doch saamleven met zwoegers, misdeelden en politieke misdadigers. Hij wil vechten tegen gezag en Privaat bezit. De wetenschap is voor deze edele ziel iets heerlijks en het geestelijk werken schenkt hem oneindig genot. Doch welk recht had hij, deze hoogere vreugde te smaken, waar hij om zich heen, onder het volk, niets ziet dan catastrophale ellende en strijd, honger, armoe en vertrapping van menschenrechten? Kennis is ontzachlijke macht. Doch verschaf de onterfden, de schandelijk-geknechten eerst middelen, zoodat ook zij geestelijk kunnen verlangen. Zoo oordeelde hij, onverbiddelijk. Deze pathetische gemeenschapsman ver-toont een grondeloos-offerende menschelijkheid... In de wetenschap werkende, zou Kropotkine misschien méér voor de menschheid geweest zijn, ook later, voor de geteisterden, dan als ideolooganarchist. Hij had mét de zwoegers kunnen leven en tegelijk zijn ontdekkers-ikheid innerlijk en fluisterend van stil geluk, kunnen beveiligen. Maar dat vonniste hij als onsociaal en snerpend-egocentrisch. Wonderlijk, zulk een vlijmende dualiteit. Hij haat dwang, regeering en leiding. Hij geeselt dragers, priesters van het recht in functie. Hij spot zelfs, hekelt scherp en zijn spitse woord jaagt naar de groote revolutie. Hoe vreemd... deze idealist en utopist telt als sociale hervormer schapenwolkjes aan den doorschijnenden zomeravondhemel der toekomst en tobt zelden over ״innerlijk Ik" en ״marte-laarsmoed"1).. . Want al het elementair-belangrijke schijnt eerst buiten zelfbeschouwing, buiten hém te bestaan. Hij wil de maatschappelijke orde vernielen en
1 J Deze uitdrukking gebruikt Jae. Thomson in zijn in vele opzichten voortreffelijk werkje, vol schoone en diep-gevoelde onderscheidingen over ״De Russische ziel en de Westersche Cultuur". Uitgave van Ploegsma 1917.