PETER KROPOTKINE 237
doen eener wetenschappelijke ontdekking, als in zijn treffelijke ״Gedenkschriften", in verband met studiën over berg-groepeeringen in Azië, is een metaphysicus die de hoogste realiteit van den droom verkondigt. Darwin's verhaspelde ״struggle-for-hfe"-theorie bestrijdt hij en de napraters eener verminkte biologie en vervalschte historie, straft hij af. Hoe fijn schittert de intelligentie dan in deze zacht-wijze oogen... in heel den edelen geleerde-kop: een aristocratische Jan van Zutphen...
VI
Kropotkine is geen poëet, geen rhytme-voeler; kent niet de muziek van het woord. Maar hij blijkt een groot menschelijk daden-dichter; nog iets heel anders dan bewust ״sociaal" dichter...
״Met de kunst alleen is schoon,", verklaarde Henri Bruning eens in een interview. Inderdaad, er is ook een menschelijke ontroering die even hoog stijgt als aesthetische schoonheids-ontroering. Dwars door eigen ontgoochelingen en doorleefden smaad, begoochelt Prins Kropotkine anderen met zijn anarchistisch utopisme en optimisme. Gemartelde voor en door zijn overtuiging, ontrafelt hij nochtans vermetel, historische tradities (hij als Russische prins, spreekt onbeschroomd van ״den gekroonden idioot Mcolaas I") en gul sprenkelt hij kinderlijk, handen zonlicht over zijn toekomst-idealen. Deze innerlijk- strenge, abstracte man, die het vleesch vergeestelijkt, is pathetisch, zelfs als bioloog en biographisch ontdekker; d.w.z. in het uitleven van zijn aanleg als wetenschappelijk vorscher en geoloog. Deze exacte onderzoeker laat zich door menschelijke gevoelens en innerlijke gedachten over het volksbelang, zoo sterk beheerschen, dat ze zijn wezen veel dieper raken dan