234 GP.OOTE FIGUREN
dom, aanzien, eer, gezag, heerschappij, weelde en wereldsche macht... Zoo kreunde hij in een berucht gevang, onder hevige ril-koorts. .. Zoo spookte hem zijn schaduw na, over doodsche ijsvlakten en steppen van Siberië, jaren lang. En niet alleen leefde hij in ontzettende, Siberische sneeuw-eenzaamheid, maar ook onder laagst-gezonkenen, verworpenen, galeiboeven en politiek-veroordeelden. Hij zwierf van de Eussische steppen naar Zwitserland, van de bergen naar den mist van Londen, als een opgejaagde. Hij zat in de cel of doolde in de nabijheid van galg en schavot.. . En toch bleef deze revolteeronde Moscoviet en anti-Slavianophiel, onwankelbaar en trouw aan de anarchie: géén wetgeving, géén autoriteit, géén bevoorrechting, géén meesters. Neem uw vrijheid. . . gegeven wordt ze toch nooit! Alles moet aan allen behooren!. . .
Zoo ontwortelde deze Prins in eigen wezen alle aristocratische instincten en gaf hij zich in zijn heilige Hef de voor al wat leed en onderdrukt werd door wet, priesters, bezitters. . . Neen, Kropotkine peilde niet, wrang-cynisch soms als Dostojewski, heel de ongrijpbare diepte der menschelijke ziel, noch wikte en woog hij als Solowjef, de groote wijsgeer. Hij duizelde niet van geluk bij een avondzonneglans, of ontroerde niet onder het hooren klapwieken van een houtduif in den vroegen Mei-morgen, tusschen vonkend en doorzond boomengroen. Maar met welk een zoete teederheid bemint hij zijn broeder...
y
Ook Kropotkine bezit prophetische droombeelden die zijn menschelijke smart hebben uitgebrand. Hij kent geen nevel, geen scheemring, geen zieleraadselen. Hij rilt van het mystische. Hij begeert alleen offering van