PETER KROPOTKINE 233
lemmetkoude geest wischt elke romantiek weg. Maar ook bij tem is alles: vermomde geschiedenis-wijsbegeerte, ethiek! Als denker wrochtte Kropotkine niets geniaals. Zijn afschuw tegen zwevende philosophie brengt soms een gevoelige golving in den rhetorischen periodenbouw. Maar in zijn ״Gedenkschriften" brandt gloed, wanneer hij in herinnering teruggaat tot zijn taak als page-volger van den Czaar; wanneer hij van de schandaalkroniek der lakeien rept; als hij de Pages-school beschrijft of zijn vreeselijk gevang, en soms treffelijk omgeving en personen karakteriseert.
Heel de grootheid van Prins Kropotkine ligt in de overgave aan zijn uiterst-links hervormingsideaal van mensch en maatschappij, dat de pan-slavische idee vermorzelt. Koel en abstract is zijn verstand, hard zijn geest, rustig blijven zijn zinnen, evenwichtig is zijn woord en toch breekt zijn dweepziek menschelijk ethisch wezen door, zelfs waar hij den grooten Czaar betrapt op een bange huivering voor een boer, die tijdens een processie mét den kreet voor zijn voeten valt: „Vader bescherm ons!"
Soms stijgt zijn oproerig rechtsgevoel tot een gericht, verteren hem smart en angst, bij het zien lijden van het volk. Zijn anarchistische heilsverkondigingen klinken naïef, optimistisch; krenken Dostojewski's visioen op de eeuwige machten van hel en hemel,.. . maar ze durven zelfverloochenend alles aan, ook het drama der hartstochten, onder kozakken zoo goed als onder Grootvorsten, onder Slavianophilen zoo goed als onder Sapadniki.
Zoo verwierp deze Prins, (die een Eussische Shehera-zade had kunnen dwingen, hem nachtelijke sprookjes te vertellen), ééns bewonderaar van den bevrijder der lijfeigenen, Alexander II; zoo verwierp hij heroïsch rijk-16