PETER KROPOTKINE 231
raadselachtige dat ieder gelaat, ieder menschen- en dieren-aangezicht verborgen in zich omdraagt, daarvan bevroedde hij nimmer het bestaan. Kropotkine mist hartstocht, de daemonische driften. .. Deze Groot-Rus is ontoegankelijk voor het verborgene, voor de koorts der Begeerte. .. Heel het smartelijke wonder van de zonde-symboliek strijkt langs zijn koele zinnen... Kropotkine is onbegrijpelijk positivistisch voor een Rus. Hij doorleeft in een kunstschepping niet: monsterlijke instincten, angsten, biechten, afdwalingen en terugkeeringen van zondige naturen, noch het eeuwige raadsel der menschelijke ziel (Nieuw Rusland) in haar verschijnen en verdwijnen.Hij veracht ze, of deelt ze in en mompelt: pseudo-morphose in historischen zin! Hij begrijpt niets van de smart der abnormalen. .. Hij loopt langs de wonderen der menschelijke gezichts-openbaringen heen, als een Museum-zaalwachter, een suffige bewaker van kunstschatten waartusschen de wordingsgeheimenis van gansche rassen, van secten, dweepers, dissenters, overschaduwd leeft en droomt in eigen spheer. En toch is Kropotkine zulk een groot en kristalklaar mensch, zoo verheven van innerlijken levensdrang, zoo rijk van geest en kennis, dat hij eigen schoonheidsontbering niet merkt en in zijn menschelijke heroiek daden verricht, aan de zieleschoonheid van een Dostojewski of een Tolstoï gelijk; even altruïstisch en onzelfzuchtig van oorsprong. .. en in hun onbewuste stuwing allicht éven almenschelijk.
Kropotkine kende de rusteloos-revolutionaire beweging onder keizer Alexander II uit eigen aanschouwing, de emancipatie der lijfeigenen (inspiratie, minister Lanskoï!). Hij kende de huiveringwekkende wreedheden van Heer-schers tegenover millioenen eigenhoorigen. Hij kende de groeiende spanning van samenzweringen en opstanden,