PETER KROPOTKINE 227
Russen, met die van Mongolen, Tartaren, Caucasiërs en Kozakken. Hij kent de steppenstilte, de onuitsprekelijk-droeve somberte van boerendorpen. Hij doorzwierf het land van Siberië, de doodenvelden, het land der vreese-lijke feodaliteit en tyrannie, waaruit de ijzige romantiek van het nihilisme ontstond. Maar ook beleefde hij de opwindende jaren van een opstandig lijf eigenschap en de vrijmaking der Russische boeren, die reageerden op de revolutie van 1848. Toén werd ook Kropotkine gelokt door de innigst-smartelijke roepstem van Alexander Hérzen, den aristocratischen loochenaar van goden. Kropotkine is de edele en groote held van zijn overtuiging. Mijn God, hoe voorbeeldeloos-eerlijk, open, zuiver en rein, zonder eenige nevelachtigheid en af-stootelijken wellust is deze menschenziel, door alle verschrikkingen van het leven heen gebleven. Hoe diep-heilig is hem het offer aan zijn idealen. Zijn ״Gedenkschriften" blijven er de doorloopende getuigenis van. Hij, die het oneindige, het zoete en bevrijdende genot van regulatieve kennis, van doorgronden, van weten, beseft met de innerlijke zekerheid van een Leonardo da Yinci, hij ontrooft zichzelf dat geestelijk geluk als het niet de geheele menschheid en een machtige nieuwe cultuur ten goede komt. Dit is het fanatisme, de geheimzinnige psychologie van de dualistische, vurige menschelijkheid in dezen Groot-Rus; wetenschapsman met biechtvaderseigenschappen. Scherp, vast verstand, fijn, maar staalhard en onbuigzaam, positivistisch intellect zonder levens-siddering en zonder hoogere literaire schoonheidsvervoering of schoonheids-onderscheiding, wijl voor alles cerebraal en exact, — al schreef hij ook over deBeethoven-iaansch-bedwelmende taalmuziek van Turguéneff en spraak der Zuid-Slaven; over het Ukraïnsche en het Wit-Russisch; al schonk hij ons een letterkundige geschiedenis