PETER KROPOTKINE 225
Kropotkine is scherpzinnig waarnemer en intellectueel, maar ook voor geen enkel gevaar terugdeinzend opstandeling tegen alle onmenschwaardigheid.
In zijn jeugd, als lid van het Pages-corps, moet hem overal tegengeklonken hebben: Boje Tsara Khrani,... traditioneel gezang van sombere noodlotsslaven, in-wanhoop-geteisterden des levens, die half schreiden onder het smartelijke zingen. Het klonk tusschen kloosters en kerken; over eindelooze sneeuwsteppen naar Siberië en rond praalpaleizen van keizerlijke familiën. Over dien droef-juichenden dreun zou Kropotkine ééns schril-opjagende woorden van den révolté uitgieren. Tegen gedempten massazang van onderworpenen, vangegeeselde lijfeigenen in het vrome Rusland, zou hij ééns zijn op-roerigen wanhoopskreet uitstooten; kreet en klank van den niéuwen Russischen mensch, die het bestaan van misdeelden begeerde te kennen; het leven van moezjieks, van ballingen, eigenhoorigen en sociale slaven.
Kon deze bezadigde denker-vergelijker, deze bezadigde proefnemer-geleerde, huiverig afkeerig van alle mystieke psychologie en geestelijke ingewikkeldheden, van alle sadisme in menschelijke passies,... zoo ontroerd-sarcastisch losbarsten, zoo wrang en hatelijk spotten met perverse moordinstincten van Russische heerschers, met ontaardings-menschen uit eigen hoogen kring en eigen vorstelijken stand?
Leest zijn ״Paroles d'un Révolté", en vooral zijn ״Gedenkschriften" (het innigste en edelste gewetens-boek dat de revolutionair Prins Kropotkine schreef), en ge ervaart hoe hij zich loswrong van zijn naasten, en uit de ״diepste hartediepten", naar Gogol's woord, zich gaf aan zijn idealisme.