GROOTE FIGUREN
door Latouehe opgeworpen, door Balzac overgenomen. Honderd zulke voorbeelden. Ségu zegt: larie, deze gedachten-mixtuur bezat Balzac zelf ook.
Wat bij wel overnam van Latouehe, is Balzac's hang naar het Swedenborgisme, de philosophie van de manvrouw.
Hierin komt tot uiting de zin van Balzac: ״Je ne suis point orthodoxe et ne crois pas a 1'Eglise romaine: le Swedenborgisme est ma religion".
Opnieuw formuleert Ségu. Het zal den lezer van ״Sera-phita" gemakkelijk vallen, de overeenkomst vast te stellen tusschen de werken van Balzac en van Latouehe. Latouehe schonk hem in alles inzicht; heeft hem behoed voor leege abstracties. Mmmer werden voorschriften beter opgevolgd.
Het is ook Latouehe geweest
״qui a indiqué a Balzac quel parti on pouvait tirer de la description des lieux et des monuments. Lisons dans Fragoletta les pages consacrées a Herculanum, a Naples, a la vie des ruines et nous sentirons comment les personnages ont plus de vérité, de justesse et de relief dans ces décors précis et qirileur conviennent. Songeons ensuite aux effets prodigieux que Balzac a su tirer de la peinture des milieux", (a. b., p. 170).
Ach, arme, het is als bij de Hebreeuwers, die de Babylonische psalmen zich ״toeeigenden", doch wat ze overnamen verdiepten, verinnerlijkten ze, vergeestelijkten ze met een duizendvoudiger schoonheid, gelijk Rembrandt, Shakespeare, die heele gecomponeerde werken plunderden... maar mét hun genie omschiepen. Ja, Docter Cabanès, 1'orgueil de Balzac était immense!... Rodin, in zijn Balzac-statue, weet er van mee te spreken.