* REMY DE GOURMONT, BALZAC EN SAINTE-BEUVE 213
״Sa tête a été un yulcan de projets, songes dont il s'éprenait et qu'il quittait pour de plus beaux, rêves de fortune et de gloire, combinaisons d'affaires, réformes de 1'Éfcat, de la langue et de la science, systèmes d'administration et d'aventures, erreurs et vérités sur toutes les choses, enchevêtrements de fusées étranges et splendides qui illuminent et révèlent un siècle et nn monde. Sa vie. ses alentours et son caractère le conduisaient au roman. II s'y installe, comme dans son royaume, par droit de nature et par droit de volonté". (a. b., p. 64).
Zoo ziet hem de groote Taine, vrij van Sainte-Beuve-schen weerzin en afschuw.
Als Taine niets meer te zeggen heeft over het physieke, het physiologische, het temperament van Balzac, dan nadert hij „1'esprit de Balzac", en dan eerst voelt ge zijn vereering.
Schoon ik Balzac's geest en verbeelding nog heel anders zie en ook in een geheel ander psychisch-physisch verband, met den schepper van ״La Oomédie Humaine" is er toch bij Taine een heerlijke erkenning, een geestelijke schouwing en een vereenzelviging met het diepste scheppingswezen van Balzac, die Sainte-Beuve en Gourmont ver achter zich laat. Balzac kon zijn onderwerpen aan, wijl hij zoo ontzachelijk veel wist.. .
״il a presque égalé l'immensité de son sujet par 1'immensitó de son erudition", (a. b., p. 67).
Dit verklaart een der grootste Fransche geleerden, Taine, van hem. De betweters, de kleine prutsers betwisten het! Déze groote geleerde erkent Balzac's fabelachtige kennis volmondig. Hij ziet zijn fouten en gebreken er door ontstaan, maar ook zijn geweldig bereiken. Taine verwerpt Balzac's haarfijn uitleggen, maar naast die gebreken:
״. . . quelle puissance! Quelle saillie et quel relief 1'interminable énumération donne au personnage! comme on le connait dans toutes ses actions et toutes ses parties! comme il devient réel!